‘Met de poten in de klei’: ijs maken vergt spierballen
Giessenburg – Wat is het geheim van lekker ijs? Als je het aan Jannette den Boer vraagt, is daar maar één antwoord mogelijk: goede zorg voor haar koeien. De 175 exemplaren waar zij en haar man Laurens voor zorgen staan aan de basis van hun zelfgemaakte boerenijs. We ontmoeten Jannette in de koeienstal. Daar vertelt ze over de liefde voor haar dieren, die wat haar betreft een voorwaarde is om lekker ijs te maken. “Bij een koe is het heel simpel: als jij niet goed voor het dier zorgt, gaat het dier jou geen melk geven”, vertelt ze. “En de melk heb je nodig om ijs te kunnen maken in mijn geval.”
In de serie ‘Met de poten in de klei’ lopen verslaggevers Monique en Megan mee met verschillende beroepen in onze streek. Van fietsenmaker tot dominee, toeristengids tot vuilnisvrouw: de verslaggevers gaan zelf met hun poten in de klei om de kneepjes van het vak te leren.
Liters en liters melk worden dagelijks gemolken. Een deel van die melk wordt roomijs of yoghurtijs, maar de melk belandt ook in ijstaarten. Jannette maakt ijs in wel 46 verschillende smaken en dat trekt veel mensen naar Giessenburg. Iets dat de ijsboerin het leukste vindt van haar werk. “De gezelligheid, de mensen die hier naartoe komen om een ijsje te halen. En soms komen ze van ver weg, dat vind ik heel leuk”, vertelt ze.
Jannette neemt Monique mee naar het heilige der heiligen: de plek waar het ijs zijn lekkere smaak krijgt. Bijna elke smaak is mogelijk, maar gemakkelijk gaat het Monique niet af: een ijsboerin moet flinke spierballen hebben, merkt ze al snel. Maar uiteindelijk wordt al het harde werk beloond met een vers ijsje.


